Taalgebruik een indicator voor succes bij toetsen?

Het aardige van digitaal toetsen is dat je allerlei zaken kunt onderzoeken die bij toetsen op papier niet of moeilijk mogelijk zijn. Een aardig voorbeeld hiervan is het kijken naar de taalkundige netheid waarmee studenten korte open vragen beantwoorden. Sally Jordan heeft hier als ‘zijpad’ van een onderzoek dat zij heeft gedaan naar gekeken.

De taalkundige netheid waarin zij geïnteresseerd was betrof het gebruik van hoofdletters en punten. Het bleek dat als studenten antwoordden in een alinea, deze alinea meestal netjes begon met een hoofdletter en eindigde met een punt. Waren de antwoorden korter, bijvoorbeeld een losse opmerking of een paar woorden, dan was dit veel minder het geval. Verder viel Sally nog het volgende op:

The other very interesting thing was that capital letters and full stops were both [sometimes significantly] associated with correct rather than incorrect responses.

Er lijkt dus een relatie te bestaan tussen de aandacht die iemand besteed aan de verzorging van taal en het succesvol beantwoorden van toetsvragen. Welke kant die relatie op werkt? Vast niet de kant waarbij je studenten kunt leren om voortaan netjes hoofdletters en punten te gebruiken en dat ze dan opeens alle toetsvragen goed hebben…

Wat dit precies zegt en wat we er aan hebben? Misschien niet veel, maar ik vind het wel geweldig dat iemand zoals Sally zich zo kan bezig houden met de fijnste details van (digitaal) toetsen. Ben je dat met me eens? Volg dan vooral haar blog: e-assessment (f)or learning.

Label(s) , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>