Een week geleden schreef ik over mijn streven naar een betere verdeling van digitale toetscapaciteit. Ik denk dat om een optimale bezetting van de beschikbare computerfaciliteiten te bereiken, het noodzakelijk is om met elkaar regels af te spreken over welke toetsen voorrang hebben boven andere.
Wellicht dat de onderstaande indeling in 5 typen digitale summatieve toetsen hierbij kan helpen. Ik geef bij ieder type aan hoe wat mij betreft de toetsafname eruit ziet.
Type 1 – papieren digitale toetsen
Dit zijn toetsen met uitsluitend eenvoudige gesloten vraagtypen. Denk aan meerkeuzevragen, multiple response-vragen en ja-nee-vragen. Dit soort toetsen worden idealiter digitaal samengesteld in een toetsprogramma, vervolgens op papier afgenomen met schrapkaarten (bubble sheets) en daarna digitaal ingelezen en verder verwerkt, inclusief toetsanalyse. Doordat het daadwerkelijk afnemen van de toetsen niet digitaal gebeurt, legt dit type toets geen beslag op de computerfaciliteiten.
Type 2 – digitale kort-antwoordtoetsen
Deze toetsen bevatten vraagtypen die qua complexiteit verder gaan dan type 1 – en die daardoor niet geschikt zijn als schrapkaarttoets – maar die nog wel volledig automatisch kunnen worden beoordeeld door digitale toetsprogramma’s. Bij deze toetsen is bij voorkeur het hele proces digitaal, dus ook de afname.
Type 3 – korte-open-vragentoetsen
Dit toetstype kennen we als het klassieke tentamen. Studenten krijgen een toets met vragen of opgaven die in enkele zinnen beantwoord moeten worden. Digitale toetsprogramma’s kunnen met deze toetsen niet (of nauwelijks) goed overweg. De schrijflast voor studenten valt bij dit type toets nog wel mee. De vragen voor deze toetsen worden bij voorkeur digitaal opgeslagen in een toetspakket, waarna de afname op papier kan gebeuren. Het zou mooi zijn als de papieren uitwerkingen van de studenten vervolgens kunnen worden gescand en door de docenten digitaal kunnen worden beoordeeld. Dit maakt een analyse van de toets eenvoudiger om uit te voeren. Ook de archivering van de toets en de uitwerkingen is dan meteen geregeld.
Het proces zou dus vergelijkbaar kunnen zijn als bij type 1, met dit belangrijke verschil dat de beoordeling handwerk blijft. Deze wordt echter wel direct digitaal vastgelegd. Klinkt dit als toekomstmuziek? Misschien, maar het kán wel. Bij het Erasmus Medisch Centrum hebben ze er bijvoorbeeld al ervaring mee opgedaan via het programma Checkmate. Het zijn dus wéér die medische jongens (en meisjes) die hun tijd vooruit zijn.
Type 4 – lange-open-vragentoetsen
Dit is het type toets waar ik zelf altijd van gruwde. Weinig vragen, maar wel met gigantische lappen tekst als het gewenste antwoord. Bijvoorbeeld in de vorm van een betoog. Schrijfkramp alom dus! Ik vind dat je het studenten eigenlijk niet meer kunt aandoen om deze toetsen op papier af te nemen. Wat mij betreft worden deze toetsen daarom digitaal afgenomen, zodat studenten in ieder geval gebruik kunnen maken van een toetsenbord. Dat schrijft een stuk prettiger voor ze.
Bij deze toetsen is afkijken een minder groot probleem dan bij kort-antwoordtoetsen. Eventueel zouden deze toetsen dus in een minder gecontroleerde omgeving kunnen worden afgenomen. Bijvoorbeeld in gewone computerlokalen, in plaats van in een speciaal digitaal toetscentrum. Als extra beveiliging zouden alle ingeleverde teksten automatisch op plagiaat kunnen worden gecontroleerd. De beoordeling zal uiteraard handmatig moeten gebeuren. Het liefst in een digitale omgeving, zodat de antwoorden en de beoordelingen digitaal beschikbaar blijven en geanalyseerd kunnen worden.
Type 5 – observatietoetsen
Misschien een wat vreemde eend in de bijt, dit laatste type digitale summatieve toets: de observatietoets. Met mobiele devices als de iPad is het tegenwoordig mogelijk om handelingen van studenten – bijvoorbeeld het aanbrengen van een infuus bij een patient – ter plekke te beoordelen. Je kunt je voorstellen dat bijvoorbeeld rubrics kunnen worden gebruikt hiervoor. Overigens is het wel aan te raden om bij observatietoetsen het eindoordeel te laten afhangen van meerdere observaties en meerdere beoordelaars.
Tot slot
Ik ben bij de bovenstaande indeling uitgegaan van summatieve toetsen. Oftewel de high stake-toetsen waarvan de uitkomst van groot belang is voor de deelnemers, bijvoorbeeld omdat er studiepunten van afhangen. Formatieve toetsen heb ik bewust buiten beschouwing gelaten. Dit wil echter niet zeggen dat formatieve toetsing van ondergeschikt belang is. In tegendeel zelfs, meer toetsen helpt om het leren te versterken.
Wat denken jullie? Zou een indeling naar verschillende typen digitale toetsen zoals hierboven voorsteld kunnen helpen om efficiënter gebruik te kunnen maken van de schaarse digitale toetscapaciteit? Laat het weten in de reacties.