Hogeschool Rotterdam beste onderwijswerkgever

Vorig jaar werkte ik voor een slechte werkgever. No longer! Dit jaar is Hogeschool Rotterdam namelijk verkozen tot de beste werkgever in het onderwijs. Van de laatste plaats in de categorie onderwijs in 2010 naar de eerste plaats in 2011. Het kan verkeren.

Logo Hogeschool RotterdamIk moet eerlijk zeggen dat ik niet echt verschil heb gemerkt, want ik ben eigenlijk al jaren erg tevreden met Hogeschool Rotterdam als werkgever. Maar goed, het is wel leuk dat anderen dat nu ook zien en erkennen.

Uiteraard ga ik de laatste paar werkweken van 2011 nog even extra hard genieten van mijn werk bij deze topwerkgever ;-)

Label(s) | Geef een reactie

Qstream nieuwe naam van SpacedEd

Logo QstreamIk dacht even dat ik nog niet goed wakker was vanmorgen. Ik ging naar de website van SpacedEd om wat vragen te beantwoorden, maar er klopte iets niet. Het duurde even tot ik door had wat er niet klopte, want de site zag er op zich nog hetzelfde uit. Wat bleek? De naam is anders geworden.

SpacedEd heet nu Qstream. Prima, maar meld dat dan even ergens op je homepage of inlogscherm. Op hun blog staat weliswaar uitgelegd waarom ze van naam gewijzigd zijn, maar dat staat wel redelijk verstopt voor de dagelijkse bezoeker.

Afijn, SpacedEd is nu dus Qstream. Met een nieuwe, minder radicale, slogan - Real-time learning for the mobile generation – maar nog altijd net zo nuttig. Persoonlijk vind ik het wel jammer dat er nu geen verwijzing meer naar het spacing effect in hun naam staat.

Label(s) , , | Geef een reactie

Gedoe op Yammer

Logo van YammerZo, dat was even een gedoe zeg afgelopen week op onze Yammer-omgeving. De sfeer werd voor het eerst wat minder prettig, zeg maar gerust chilly. Een van de Yammeraars-van-het-eerste-uur werd namelijk beticht van spammen door een aantal Yammeraars-van-een-nieuwer-uur. Vooral het automatisch doorzetten van berichten vanuit Twitter naar Yammer via de #yam-hashtag werd niet echt op prijs gesteld.

Digitale koffieautomaat

Laat me beginnen te zeggen dat ik zelf geen enkel probleem ervaar met Yammer. Ik vind het een zeer prettig extra kanaal om met collega’s en studenten ideeën, ervaringen en, toegegeven, soms ook futiliteiten te delen. Waar de gewone koffieautomaat niet verder reikt dan mijn dagelijkse collega’s, is het bereik van de digitale koffieautomaat die Yammer heet een stuk groter. Yammer stelt mij in staat om op een niet-intrusieve manier te communiceren met interessante personen die kilometers verwijderd zijn op andere locaties.

In dat niet-intrusieve karakter van Yammer schuilde afgelopen week het probleem. Een aantal Yammeraars ervaren dat namelijk helemaal niet zo. Zij vinden Yammer soms opdringerig. Ik snapte dat eerst niet goed, maar inmiddels denk ik te begrijpen waar dat vandaan komt. Deels is dit onwennigheid, deels enkele ongelukkige standaardinstellingen van Yammer.

Drie filters voor berichtenweergave

De eerste onwennigheid zit ‘m er waarschijnlijk in dat sommigen niet door hebben dat je je Yammer-tijdlijn kunt filteren. Er zijn drie varianten waar je uit kunt kiezen: top conversations, followed conversations en all conversations. Bij followed conversations zie je alleen berichten van mensen die je zelf volgt. Je hebt dan dus geen last van mensen die je niet volgt. Ongelukkig is echter dat ze er bij Yammer voor gekozen om de top conversations de standaard te maken. En tsja, als je dan niet door hebt dat er wat te kiezen valt qua weergave, dan kan ik me wel voorstellen dat je moe wordt van allerlei berichten waar je geen ja tegen hebt gezegd.

Yammer is géén e-mail

Een ander punt van mogelijke onwennigheid betreft de e-mailinstellingen. Ik weet niet meer wat daar precies de standaard van Yammer is, maar ik weet wel dat ik alle e‑mailnotificaties van Yammer meteen heb uitgezet. Anders ontvang je namelijk van ieder Yammer-wissewasje een mailtje. Ook iets waarvan ik me goed kan voorstellen dat je er uiteindelijk gek van wordt. Maar, ook dit heb je als gebruiker dus zelf in de hand. Yammer is iets anders dan e-mail. Zet dus gerust uit, die automatische mailberichten.

Tot zover mijn analyse van ons ‘gedoe’ op Yammer. Tot slot wil ik nog even melden dat alle #yam-tweets die werden doorgestuurd stuk voor stuk nuttige links bevatten over het onderwerp leren. Ook ik bekijk niet al die links, maar het waren in ieder geval dus absoluut géén onzintweets waar het om ging. Wat dat betreft wel jammer dat deze vorm van kennisdeling de aanleiding was voor dit bericht.

Label(s) | 3 reacties

Ruzie met spaties

Waarschuwing: deze post is voor de nerds…

Bij het invoeren van tekst in Questionmark Perception loop ik met enige regelmaat – vaak genoeg om het irritant te vinden – tegen het probleem aan dat een spatie er weliswaar uitziet als een spatie, maar dat deze eigenlijk een vermomde HTML-entiteit is. Geeft op zich niet, totdat je opeens   tussen twee woorden ziet staan, in plaats van een normale spatie.

Grrr… daar gaat de leesbaarheid! Zie je wel?

Meestal merk je die gluiperige spatie-entiteiten pas op als je de betreffende tekst in een andere vorm tegenkomt dan op een beeldscherm. Bijvoorbeeld als je een toets print, in een coaching report of bij een export van toetsresultaten. Dan staan daar soms opeens van die  ’s in. Heel stiekem doen ze dat.

Ik heb stellig de indruk dat de   zijn kans ruikt op het moment dat je een eerder ingevoerde tekst bewerkt. Als je een zin voor het eerst typt, dan zijn spaties gewoon spaties. Wijzig je echter een deel van die zin, dan is de kans groot dat nieuwe spaties opeens een   zijn geworden.

Er zal hier vast een prima technische verklaring voor zijn, maar ik vind het wel irritant. Als ik een non-breaking space in mijn tekst wil, dan typ ik hem zelf wel in. Overigens is dit euvel niet exclusief voor Questionmark Perception. Ik had laatst een soortgelijke ruzie met spaties in een tool waarbij je online een toets kunt samenstellen en afnemen. Het speelt dus breder.

Ik ben trouwens benieuwd hoe deze post wordt weergegeven in e-mail, RSS-feeds of op mobiele apparaten. Misschien wordt iedere   die ik hier als tekst heb beoogd in te tikken daar wel op miraculeuze wijze vervangen door een spatie. Zodat deze tekst tamelijk onbegrijpelijk wordt. Is dat het geval? Dan weet je als nerd vast hoe je dat kunt oplossen ;-)

Label(s) , | 4 reacties

Taalgebruik een indicator voor succes bij toetsen?

Het aardige van digitaal toetsen is dat je allerlei zaken kunt onderzoeken die bij toetsen op papier niet of moeilijk mogelijk zijn. Een aardig voorbeeld hiervan is het kijken naar de taalkundige netheid waarmee studenten korte open vragen beantwoorden. Sally Jordan heeft hier als ‘zijpad’ van een onderzoek dat zij heeft gedaan naar gekeken.

De taalkundige netheid waarin zij geïnteresseerd was betrof het gebruik van hoofdletters en punten. Het bleek dat als studenten antwoordden in een alinea, deze alinea meestal netjes begon met een hoofdletter en eindigde met een punt. Waren de antwoorden korter, bijvoorbeeld een losse opmerking of een paar woorden, dan was dit veel minder het geval. Verder viel Sally nog het volgende op:

The other very interesting thing was that capital letters and full stops were both [sometimes significantly] associated with correct rather than incorrect responses.

Er lijkt dus een relatie te bestaan tussen de aandacht die iemand besteed aan de verzorging van taal en het succesvol beantwoorden van toetsvragen. Welke kant die relatie op werkt? Vast niet de kant waarbij je studenten kunt leren om voortaan netjes hoofdletters en punten te gebruiken en dat ze dan opeens alle toetsvragen goed hebben…

Wat dit precies zegt en wat we er aan hebben? Misschien niet veel, maar ik vind het wel geweldig dat iemand zoals Sally zich zo kan bezig houden met de fijnste details van (digitaal) toetsen. Ben je dat met me eens? Volg dan vooral haar blog: e-assessment (f)or learning.

Label(s) , , | Geef een reactie

Toetsing en toetsgestuurd leren: projectvoorstel besproken met WTR

Vanmorgen was een belangrijk en tegelijkertijd spannend moment in het proces om het projectvoorstel Toets- en vragenbank bedrijfsadministratie en bedrijfseconomie goedgekeurd te krijgen. Samen met Alexander Kremers van Saxion mocht ik het projectvoorstel bespreken met de Wetenschappelijk Technische Raad (WTR) van SURFfoundation.

Alexander en ik kregen in 45 minuten een flink aantal gezond kritische vragen te beantwoorden. Ook kregen we een aantal tips aangereikt. Een korte samenvatting:

  • Er was enige zorg dat we ons bij het ontwikkelen van de toetsvragen louter op correctieve feedback zouden richten. We hebben aangegeven dat andere vormen van feedback en feedforward zeker ook aandacht zullen krijgen.
     
  • We willen dat de vragen geschikt zijn voor mbo-, hbo- en universitaire studenten. Hoe gaan we dan om met het taalgebruik in de vragen? De vragen zullen voldoen aan de algemene richtlijnen die gelden voor vraagconstructie. Dus qua taalgebruik helder, precies en passend.
     
  • In het projectplan staat nergens beschreven wat we gaan doen met empirische gegevens die beschikbaar komen als de toetsvragen daadwerkelijk worden afgenomen. Is het niet wenselijk dat deze gegevens worden teruggevoerd in de toets- en vragenbank? Ja, ook wij vinden dit wenselijk. Zijn we ook van uitgegaan, maar het is niet expliciet benoemd in het plan. Excuses voor deze omissie.
     
  • Is het niet aan te raden om naast toetsexperts en werkveldvertegenwoordigers ook docenten en studenten in de reviewgroep (klankbordgroep) op te nemen? Jazeker! Goede tip, gaan we doen.
     
  • De projectleiding is niet als apart werkpakket met zijn eigen deliverables opgenomen. Is geen halszaak, maar we kregen desalnietemin het advies om dit voor een volgende keer wel te doen.

Hopelijk krijgen we de kans om daadwerkelijk iets met de ontvangen tips te doen. Op 14 december weten we daarover iets meer, want dan ontvangen we van de WTR hun conceptadvies. Dan weten we of ons projectvoorstel kans maakt om medio januari 2012 goedgekeurd te worden door het Platformbestuur ICT en Onderwijs.

Nog even wachten dus… Fingers crossed!

Label(s) , , | Geef een reactie

Strafpunten bij foute antwoorden? Niet doen

Via de door @manonbonefaas beheerde Scoop.it!-pagina Online toetsen werd ik geattendeerd op een recent onderzoek van Katherine Baldiga van Harvard University:

Gender Differences in Willingness to Guess and the Implications for Test Scores

In haar onderzoek heeft Katherine Baldiga onderzocht of er verschil is tussen mannen en vrouwen als het gaat om het overslaan van vragen in een toets. In situaties waarbij een fout antwoord onbestraft blijft – het foute antwoord levert ‘gewoon’ nul punten op – constateerde zij geen verschil tussen mannen en vrouwen. Niemand sloeg vragen over.

Veranderde zij echter de setting zodat deze leek op de bekende Amerikaanse SAT-toetsen, dan ontstonden er opeens wél verschillen tussen mannen en vrouwen. Bij de SAT-toets krijg je bij een fout antwoord een puntenaftrek van een kwart punt. Het bleek dat vrouwen in dit geval aanzienlijk minder vragen beantwoordden dan mannen. Zij sloegen meer vragen over.

Volgens Baldiga is dit verschil niet te verklaren door verschillen in zelfvertrouwen of kennis van de leerstof. De mate van risicoaversie – vrouwen zijn meestal minder bereid risico’s te nemen dan mannen – speelde wel een rol, maar kon het verschil nog niet volledig verklaren. Zij vermoedt daarom dat ‘competitiedrang’ ook een rol heeft gespeeld. Om toegelaten te worden tot de grote Amerikaanse universities moet je namelijk vaak tot de beste zoveel procent behoren van studenten die in dat jaar de SAT-toets hebben gemaakt. En mannen zijn dan blijkbaar meer bereid om te gokken in deze ‘toelatingsrace’ dan vrouwen.

Wat hebben we aan deze wetenschap voor onze toetspraktijk in Nederland? Hoewel wij geen SAT hebben, denk ik toch dat dit onderzoek relevant is. Het onderstreept namelijk dat je bij het ontwerpen van toetsen bij alle keuzes die je maakt goed moet nadenken over eventuele neveneffecten. In het voorbeeld van het geven van negatieve punten bij een fout antwoord, kun je dus verwachten dat vrouwen meer vragen zullen overslaan dan mannen. En dat lijkt mij ongewenst.

Dus, mocht je als toetsontwerper ooit overwegen om ‘strafpunten’ te geven voor foutieve antwoorden, dan is er wat mij betreft eigenlijk maar één advies: don’t do it!

Label(s) , , | 2 reacties

N@tschool op de iPad en iPhone?

Het valt mij op dat mijn blog bijna dagelijks gevonden wordt door mensen die zoeken op “N@tschool op de iPad” of iets van dergelijke strekking. En omdat ik al drie keer iets over N@tschool heb geblogd, en daarbij volgens mij ook een keer het woord iPad heb laten vallen, kom ik kennelijk hoog in de zoekresultaten terecht.

Goed, voor deze mensen heb ik de volgende mededeling opgetekend over de planning van ThreeShips, de producent van N@tschool:

In maart 2012 wordt de eerste versie verwacht van een mobiele app voor N@tschool. Deze app wordt primair ontwikkeld voor de iPhone, maar werkt ook op de iPad.

Let wel, deze informatie heb ik uit de tweede hand, van collega’s van mij die contact hebben met ThreeShips. Mocht je dit lezen en zelf meer informatie hebben, laat het dan vooral weten.

Bonusmededeling: de ondersteuning van de browsers Google Chrome en Safari staat nog altijd gepland voor december 2011. Hoera!

UPDATE 16-11-2011: Zie de reactie van Harmen Krusemeijer van ThreeShips voor een interessante aanvulling op het bovenstaande. Je kunt ook meer lezen via dit bericht op Google+.

Label(s) , | 5 reacties

5 typen digitale summatieve toetsen

Een week geleden schreef ik over mijn streven naar een betere verdeling van digitale toetscapaciteit. Ik denk dat om een optimale bezetting van de beschikbare computerfaciliteiten te bereiken, het noodzakelijk is om met elkaar regels af te spreken over welke toetsen voorrang hebben boven andere.

Wellicht dat de onderstaande indeling in 5 typen digitale summatieve toetsen hierbij kan helpen. Ik geef bij ieder type aan hoe wat mij betreft de toetsafname eruit ziet.

Type 1 – papieren digitale toetsen

Dit zijn toetsen met uitsluitend eenvoudige gesloten vraagtypen. Denk aan meerkeuzevragen, multiple response-vragen en ja-nee-vragen. Dit soort toetsen worden idealiter digitaal samengesteld in een toetsprogramma, vervolgens op papier afgenomen met schrapkaarten (bubble sheets) en daarna digitaal ingelezen en verder verwerkt, inclusief toetsanalyse. Doordat het daadwerkelijk afnemen van de toetsen niet digitaal gebeurt, legt dit type toets geen beslag op de computerfaciliteiten.

Type 2 – digitale kort-antwoordtoetsen

Deze toetsen bevatten vraagtypen die qua complexiteit verder gaan dan type 1 – en die daardoor niet geschikt zijn als schrapkaarttoets – maar die nog wel volledig automatisch kunnen worden beoordeeld door digitale toetsprogramma’s. Bij deze toetsen is bij voorkeur het hele proces digitaal, dus ook de afname.

Type 3 – korte-open-vragentoetsen

Dit toetstype kennen we als het klassieke tentamen. Studenten krijgen een toets met vragen of opgaven die in enkele zinnen beantwoord moeten worden. Digitale toetsprogramma’s kunnen met deze toetsen niet (of nauwelijks) goed overweg. De schrijflast voor studenten valt bij dit type toets nog wel mee. De vragen voor deze toetsen worden bij voorkeur digitaal opgeslagen in een toetspakket, waarna de afname op papier kan gebeuren. Het zou mooi zijn als de papieren uitwerkingen van de studenten vervolgens kunnen worden gescand en door de docenten digitaal kunnen worden beoordeeld. Dit maakt een analyse van de toets eenvoudiger om uit te voeren. Ook de archivering van de toets en de uitwerkingen is dan meteen geregeld.

Het proces zou dus vergelijkbaar kunnen zijn als bij type 1, met dit belangrijke verschil dat de beoordeling handwerk blijft. Deze wordt echter wel direct digitaal vastgelegd. Klinkt dit als toekomstmuziek? Misschien, maar het kán wel. Bij het Erasmus Medisch Centrum hebben ze er bijvoorbeeld al ervaring mee opgedaan via het programma Checkmate. Het zijn dus wéér die medische jongens (en meisjes) die hun tijd vooruit zijn.

Type 4 – lange-open-vragentoetsen

Dit is het type toets waar ik zelf altijd van gruwde. Weinig vragen, maar wel met gigantische lappen tekst als het gewenste antwoord. Bijvoorbeeld in de vorm van een betoog. Schrijfkramp alom dus! Ik vind dat je het studenten eigenlijk niet meer kunt aandoen om deze toetsen op papier af te nemen. Wat mij betreft worden deze toetsen daarom digitaal afgenomen, zodat studenten in ieder geval gebruik kunnen maken van een toetsenbord. Dat schrijft een stuk prettiger voor ze.

Bij deze toetsen is afkijken een minder groot probleem dan bij kort-antwoordtoetsen. Eventueel zouden deze toetsen dus in een minder gecontroleerde omgeving kunnen worden afgenomen. Bijvoorbeeld in gewone computerlokalen, in plaats van in een speciaal digitaal toetscentrum. Als extra beveiliging zouden alle ingeleverde teksten automatisch op plagiaat kunnen worden gecontroleerd. De beoordeling zal uiteraard handmatig moeten gebeuren. Het liefst in een digitale omgeving, zodat de antwoorden en de beoordelingen digitaal beschikbaar blijven en geanalyseerd kunnen worden.

Type 5 – observatietoetsen

Misschien een wat vreemde eend in de bijt, dit laatste type digitale summatieve toets: de observatietoets. Met mobiele devices als de iPad is het tegenwoordig mogelijk om handelingen van studenten – bijvoorbeeld het aanbrengen van een infuus bij een patient – ter plekke te beoordelen. Je kunt je voorstellen dat bijvoorbeeld rubrics kunnen worden gebruikt hiervoor. Overigens is het wel aan te raden om bij observatietoetsen het eindoordeel te laten afhangen van meerdere observaties en meerdere beoordelaars.

Tot slot

Ik ben bij de bovenstaande indeling uitgegaan van summatieve toetsen. Oftewel de high stake-toetsen waarvan de uitkomst van groot belang is voor de deelnemers, bijvoorbeeld omdat er studiepunten van afhangen. Formatieve toetsen heb ik bewust buiten beschouwing gelaten. Dit wil echter niet zeggen dat formatieve toetsing van ondergeschikt belang is. In tegendeel zelfs, meer toetsen helpt om het leren te versterken.

Wat denken jullie? Zou een indeling naar verschillende typen digitale toetsen zoals hierboven voorsteld kunnen helpen om efficiënter gebruik te kunnen maken van de schaarse digitale toetscapaciteit? Laat het weten in de reacties.

Label(s) , , , , | Geef een reactie

Welke rol heb jij bij veiligheid?

And now for something completely different...

Een paar jaar geleden, toen ik nog onderwijsmanager was, leek het onze directeur een goed idee als het hele managementteam bedrijfshulpverlener zou worden. We hadden toen te weinig BHV’ers en het idee was dat wij als managers er toch altijd zijn. Dan konden we dus mooi, als de nood aan de man was, meehelpen ontruimen, pleisters plakken of beginnende brandjes blussen.

Zo gezegd, zo gedaan. Voor mij dan, want toen het puntje bij het paaltje kwam, bleek ik de enige te zijn die zich had opgegeven voor de BHV-cursus. Een keuze waar ik nog altijd blij mee ben. Niet alleen vanwege het stoere fluorescerende hesje dat je als BHV’er krijgt – en dat ik in de wintermaanden op de fiets gebruik om extra zichtbaar te zijn – maar vooral omdat ik nu veel beter voorbereid ben op eventuele calamiteiten.

Het mooie van de (herhalings)traningen BHV is dat wat je leert niet alleen nuttig is tijdens werktijd, maar óók thuis. Misschien wel juist daar, want thuis breng je (als het goed is) toch meer tijd door dan op je werk. En al hoop ik natuurlijk dat ik het geleerde nooit in de praktijk hoef te brengen, ik weet dat als het moet, ik het wel kan. Tot aan reanimeren en het bedienen van een AED aan toe.

Afijn, een hele lange introductie om eigenlijk gewoon een YouTube-filmpje te laten zien dat ik vandaag ontdekte. Gemaakt door de collega’s die bij Hogeschool Rotterdam continu bezig zijn met het verbeteren van ons aller veiligheid. En ook al is het misschien een wat cheesy filmpje geworden, het pákt me wel. Goed gedaan dus! Kijk en oordeel zelf.

En, welke rol heb jij eigenlijk bij de veiligheid op jouw werkplek? Heb je geen idee? Misschien wordt het dan eens tijd om daar iets aan te doen…

Label(s) | Geef een reactie